Hoogtepunt bereikt!

Letterlijk dan, maar meer daarover later.
Even beginnen bij het begin. Eerste stop: Canada. Met een overstaptijd van 21 uur had ik wat tijd om iets leuks te doen. Nadat Michelle me op had gehaald zijn we naar een klein dorpje in de buurt van Niagra Falls gereden. Hier kwamen we vrij laat aan dus zijn we meteen in slaap gevallen in de AirBnB. De volgende ochtend zijn we naar de “Falls” gereden. Indrukwekkend om te zien. Enorme hoeveelheden water, een grote waterval, en onderaan een stroom van wit schuimend water. En jammer genoeg ook een enorme stroom aan toeristen. Na te hebben geluncht in een midden-oosters restaurant reden we weer terug naar het vliegveld.

El Salvador

Na een 5 uur durende vlucht van Toronto naar de hoofdstad van El Salvador, San Salvador, kwam ik aan in een totaal andere wereld. Van een land waar Engels de moedertaal is naar een land waar vrijwel niemand Engels spreekt. Als je zegt dat je alleen Engels spreekt is het antwoord meestal “no no”, alhoewel de meeste altijd wel een vriend hebben die Engels spreekt. Ook had ik van tevoren met behulp van de app Duolingo een woordje Spaans geleerd, dus in de meeste gevallen krijg ik altijd wel duidelijk wat ik bedoel.
Het eerste wat meteen opvalt is dat deze regio een soort Oost Europa van Noord Amerika is. Zo zijn bijvoorbeeld lokale bussen, ook wel Chicken Buses genoemd, oude overgeschilderde Amerikaanse schoolbussen. Al het oude materieel lijkt vanuit de VS hierheen te komen voor een tweede leven. De officiele munteenheid is trouwens ook US Dollar.
Na aankomt nam ik een Uber naar mijn verblijfplaats. Ik was via de app Couchsurfing in contact gekomen met Pamela. Mijn intentie was om voor 1 nacht te blijven, aar uiteindelijk ben ik de hele week gebleven. Dit kwam doordat Pamela toevallig een vakantieweek en een auto had. El Salvador is qua oppervlakte de helft van Nederland, dus afstanden zijn niet heel groot. Je zou zeggen dat je dus overal snel kan komen, dit is echter het tegenovergestelde van de realiteit. San Salvador heeft buiten bussen geen openbaar vervoer, wat resulteerd in enorm veel auto’s op de weg. Daar komt bij dat maar weinig auto’s in het hele land in Nederland door de apk zouden komen, wegen onlogisch ingericht zijn, en dat niemand zich iets aantrekt van verkeersregels. Er wordt niet veel gecontroleerd, en als dit al gebeurd geef je de agent 20 dollar en kan je gewoon verder rijden. Dit heeft als resultaat dat er in de hoofdstad non stop file staat op alle wegen. “Even” de stad uit komen kan zomaar een uur duren.
De dag voordat ik aankwam was de verjaardag van Pamela, en dit vierde ze de avond dat ik aankwam. De eerste nacht was dus meteen feest met enkele vrienden van haar. De tweede dag zijn we naar het oude stadscentrum gereden. Dit deel van de stad was jaren lang een no-go zone waar criminele bendes te baas waren. De overheid heeft dit deel echter schoongeveegd van bendes, op elke straathoek en in elke grote winkel een beveiliger neergezet, en de gebouwen opgeknapt. Het centrum was niet heel groot, aar gebouwen als het nationale theater en de katedraal waren zeker de moeite waard om te zien. Hierna hebben we een potje pool gespeeld in het oudste biljardcafe van Latijns Amerika, waarna we weer richting huis gingen.
De volgende dagen stonden in het teken van strand en zon. Surfers van over de hele wereld komen naar het plaatsje El Tunco om te surfen. Helaas ben ik hier zelf niet aan toe gekomen maar dit staat wel nog op de planning voor de laatste twee dagen van mijn reis. Hierna ben ik een dag naar een ander plaatsje aan het strand geweest. De vriend van Pamela kende de kok van een klein maar mooi resort in het bos, dus hier hebben we gezwommen en een lekkere vis gegeten. Ook zijn we ’s avonds nog enkele uurtjes naar een feestje geweest.
Op vrijdag hebben we niet heel veel gedaan, maar wel een dagje lekker uitgeslapen. Zaterdag zijn wel naar het kleine koloniale stadje Suchitoto gegaa . Het centrum hier is klein maar erg mooi om te zien. Vanuit het centrum hebben we een tuktuk naar de waterval genomen. Helaas waren we er op zaterdag, op zondag kan je van de waterval abseilen. Bij aankomst rende er een paar kinderen rond die ons meenamen, over een vrijwel onzichtbaar pad, omlaag naar een andere kleinere waterval. Hier stond eenlaag water onder, waar je vanaf de rotsen eromheen in kon springen. Na een uurtje springen en zwemmen hebben we vanaf bovenaan de berg nog even gekeken naar het enorme aangelegde meer dat onder lag, waarna we weer terug naar huis gereden zijn.
Zondag was het plan om de Santa Ana vilkaan te beklimmen, maar i.v.m. ziekte van Pamela’s vader gong dit niet door. Zijn bleef thuis, maar ik heb de chicken bus naar de Tazumel tempel genomen. Dit is een van de oude Maya tempels die verdeeld over de Centraal Amerikaanse landen staan. Naast de tempel was een kerkhof. Bij aankomst in het dorpje Chachuapa waar de tempel stond liep ik over de hoofdweg naar de tempel. Er reed echter een lokale variant van een begrafenisstoet over de hoofdweg naar het kerkhof. De El Salvadoriaanse variant van een dergelijke stoet is echter dat de kist achterin een pickup wagen staat, en een enorme mensenmassa er achteraan loopt. Dit gaat vanzelfsprekend niet echt vlot, wat zorgde voor een verkeersinfarct in het dorpje. Het park was vrij klein, dus hier was ik na twintig minuutjes wel weer klaar. Op de terugweg reed er echter weer een andere stoet over de hoofdweg, met weer een verkeersinfarct tot gevolg. Op zondagen staat het verkeer in dit dorpje dus elke 20 minuten helemaal vast.
Na mijn bezoek aan de tempel nam ik de chickenbus, die overigens maar 30 cent kost, naar de volgende stad: Santa Ana. Dit stadje onderaan de vulkaan heeft ook een mooi stadscentrum, maar is verder een kleinere versie van San Salvador. Op de markt heb ik nog een aantal souverniers gekocht, maar daarna ben ik weer richting huis gegaan.

Guatemala

Maandagochtend heb ik om 7 uur ’s ochtends de bus naar Guatemala Stad genomen. De busrit duurde ongeveer 6 uur en kostte 25 dollar. Voor deze 25 dollar kreeg ik echter een soort van vliegtuig service: na vertrek kregen we een kussen, een dekentje en een maaltijd. Deze maaltijd bestond uit ei met ham, bonen, gifrituurde banaan en brood. Ook kregen we er een fruitsapje bij. Even later kwamen er flesjes water, en na het oversteken van de grens kregen we nog een snack en meer drank. Bij het oversteken van de grens hoefde we de bus niet te verlaten. Eerst kwam er aan de kant van El Salvador een vrouw de bus in die de paspoorten controleerde. Daarna kwamen er twee militairen de bus in die sommige mensen ondervroegen over hun reisdoel, en of ze verboden middelen in hun bagage hadden. Toen ze mij begon te ondervragen vertelde ik haar dat ik geen Spaans sprak, waarna ze mijn paspoort terug gaf en het meteen goed was. Aan de kant van Guatemala liep het vrouwtje van de bus met alle paspoorten naar het grenskantoor, waarna ze na 10 minuten terugkwam en we verder konden rijden.
Bij aankomst in Guatemala stad zag ik dat er een westers uitziende man in de bus zat. Ik sprak hem aan waar hij naartoe ging, en samen met zijn vriendin namen we met z’n 3en een Uber naar de stad Antigua Guatemala. Dit is waar ik momenteel verblijf. Onderweg vielen echter twee dingen op. Ten eerst reden veel chicken buses rond met een grote balonnenboog voorop, en zaten er allemaal gekleurde memoblaadjes op de zijkanten. Ten tweede werd er veel vuurwerk afgestoken. Toen ik aan de receptie van het hostel vroeg waarom dit was vertelde ze me dat elke dag van het jaar een engel gevierd wordt. Toevallig was deze dag dus de dag van de engel van veel buschauffeurs. Het betekent dus wel dat elke dag van het jaar een ander groepje mensen iets te vieren heeft en vuurwerkafsteekt.
Op het moment van schrijven van het bovenstaande lig ik in een tentje in het basiskamp van de vulkaan Acatenango op een hoogte van 3600 meter. Vanmorgen zijn we na een gezamelijk ontbijt  met een groep van 14 personen op 2200 meter uit de bus gestapt. Volgens het bureau waar we het geboekt hadden zou de klim naar het basiskamp, afhankelijk van de groep, 5 tot 6 uur duren. Wij stonden echter in iets minder dan 4 uur boven. In de verte zagen we een andere vulkaan waar wat lava uit kwam, maar helaas was Fuego tijdens ons verblijf niet actief. De vulkaan Fuego staat naast Acatenango en is voroge maand heftig uitgebarsten. Daarvoor was elk uur een mini uitbarsting waarbij lava te zien was. Nu is dit echter nog maar één keer per week. Na warme Chocomel, een bord pasta en een wijntje zijn we gaan slapen. Van slaap kwam echter niet veel omdat er buiten een storm gaande was.
Na een kort nachtje stonden we om ’s nachts om 4 uur weer op om naar de top te gaan. Dit laatste stukje duurde ongeveer een uur. Dat het donker was en we vooral door losse steentjes liepen maakte het er allemaal niet makkelijker op. Eenmaal aangekomen stond er een enorm harde en koude wind. Ondanks dat was het zeer de moeite waard om de zonsopgang te bekijken.
De weg omlaag was een stuk makkelijker. Vooral het eerste deel terug naar het basiskamp, waarbij je door de losse steentjes omlaag kan rennen. Dit stuk duurde uiteindelijk dan ook maar een kwartiertje. Het overige stuk omlaag duurde ongeveer 2 uur.
Vandaag vertrek ik terug naar Guatemala City, waar ik Michelle op zal halen. Daarna gaan we naar de Maya tempels in het plaatsje Tikal, waarna we verder zullen gaan naar het eiland Caye Caulker in Belize.